Anti-terreurdaden: geen kunst aan?

Vragen van Christa van Velzen (SP) aan de ministers van Justitie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat de directeur van het Haagse kunstfestival Todays Art is opgepakt en sindsdien herhaalde malen op het politiebureau verhoord. Waarom zijn de promotieposters voor dit festival, waarop Den Haag is afgebeeld als  ‘internationale stad van het conflict’ en die al geruime tijd in de stad hingen, voor een ‘antiterreureenheid’ aanleiding geweest de directeur van zijn bed te lichten?

Algemeen Dagblad, 17 september 2009: «Politie pakt directeur Haags kunstfestival op»

Bron: http://parlis.nl/pdf/kamervragen/V009Z16861.pdf

Voorzitter,

Mijn gewaardeerde en bewonderde collega Hirsch-Ballin heeft mij de vrije hand gegeven bij de beantwoording van deze vraag. Denkt mevrouw Van Velzen nu echt dat we niets geleerd hebben van de invallen bij cartoonist Gregorius Nekschot? Gratis free publicity voor een buitengewoon suffe cartoonist, dat moest beter kunnen.

Kunst mag niet meer gewoon mooi of lelijk zijn. Kunst moet shockeren, anders zien we het niet meer hangen of staan. Maar een affiche met een mannenkop een een stukkie tekst (The Hague, city of terror), da’s te weinig voor een claim to fame.  Een woordspeling op ‘The Hague, international city of peace’, meer niet. Nogal dunnetjes. Dus hebben mijn collega en ik de kunstenaar van dienst de helpende hand toegestoken. We maakten er een meerdaagse perfomance van waarbij de gewraakte instituties (in casu de anti-terreureenheid) een rituele opvoering van hun eigen reflexen acteren, geprojecteerd op de daad van het afficheren van subversief beeldmateriaal. Door in te grijpen op de formele structuur van het kunstgebeuren (directeur gearresteerd, niet de kunstenaar of de plakker) wordt het publiek uitgedaagd om de institutionele inbedding van visueel en symbolisch geweld te bevragen en te mediteren bij de vloeibaar geworden grenzen tussen kunst, politiek en werkelijkheid. Het van zijn bed lichten en tot drie maal toe op het politiebureau ontbieden van de directeur van het festival Todays Art was een driedaagse  performance die als een culturele daad van belang de geschiedenisboeken in zal gaan. Ik zou hier graag uitwijden over parallellen met de driedaagse lijdensweg van ene J.C. , maar dat laat ik graag aan the eye of the beholder. De kamervragen van mevrouw Van Velzen beschouw ik als een waardige afsluiting van deze culturele excercitie. Dank daarvoor.

Onderhandelen met Vlamingen en Vikingen

Vragen over de vertraging die het uitbaggeren van de Westerschelde heeft opgelopen, en de verontwaardiging die in Vlaanderen hierover is ontstaan. Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen hierover van het Tweede Kamerlid Van der Ham (D66), ingezonden 30 juli 2009 en van de Tweede Kamerleden Van Gent en Vendrik (beiden GroenLinks), ingezonden 13 augustus 2009.

U weet dat ik elke vraag moet beantwoorden, ook al zijn de antwoorden in dit geval tamelijk overbodig. Krant, televisie en internet hebben ruim aandacht besteed aan de burenruzie met de Belgen. U weet dus dat de ministers van Buitenlandse Zaken elkaar troffen, dat het conflict al schijnt te lopen sinds de val van Antwerpen vlak na de middeleeuwen en dat we direct maar een oplossing hebben toegezegd zonder aan te geven hoe die bereikt gaat worden.

Toch zou ik u voor een volgende keer willen adviseren te bedenken dat een stormpje over de Westerschelde niet meer is dan het blazen in het spreekwoordelijke glas water. Of zoals wij in Zeeland zeggen, een mossel wordt niet zo ziltig gegeten als hij wordt gevangen. En mag ik u tevens meegeven te beseffen dat wij met onze buren in een permanente onderhandelingspositie zitten. Zij willen bootjes door de Schelde, wij geld (voor de schoonheid van onze Zeeuwse eilanden), zij willen een stukje natuurschoon kapotrijden met de IJzeren Rijn, wij willen dat behouden. Dat is een kwestie van een goed touwtrekken.

Bij een deel van de Kamer bespeur ik een sentimenteel medegevoel voor de arme Vlamingen met hun fijne bier en zachte tongval. Vergeet u dan niet dat ze het op veel vlakken beter doen wij. Het BNP per hoofd van Vlaanderen is hoger dan dat van Nederland. En om die rijkdom nog even op te peppen, moeten wij hardwerkende Nederlanders de boel gaan uitgraven en ons Zeeland verminken. Dâch het nie. Maar als u, mijn achterban, ineens aan de andere kant van de onderhandelingstafel gaat zitten, tja dan wordt het moeilijk onderhandelen, wat toch al niet mijn sterkste kant is.

Wat een contrast trouwens met uw opstelling tegen de IJslandse Vikingen. Die arme mensen leven in een failliet land, ook nog eens een onvruchtbaar land, ver van anderen, bijna altijd koud en zonder exportmogelijkheden omdat er én niets groeit én ze geen rijke buren hebben.  Maar kom daar niet mee aan bij het groene,  rijke Holland, waar een aantal financiële waaghalzen een paar miljoen verloren hebben.  De failliete vikingen moeten dokken tot de laatste eurocent  en de rijke vlamingen geven we een waterweg cadeau. Snapt u het nog voorzitter?

Twee meten meer dan één

Liesbeth Spies (CDA) vraagt de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de campagne ‘Zelf meten is zeker weten’. (Ingezonden 11 juni 2009)

Op 6 juni startte Milieudefensie met de campagne ‘Zelf meten is zeker weten’ die Milieudefensie. In 90 gemeenten worden op ‘willekeurige plaatsen’- zegt Spies – 700 palmesbuisjes opgehangen om de luchtkwaliteit te meten. Spies vraagt  onder meer hoe betrouwbaar de uitkomsten van deze meting zijn uit wetenschappelijk oogpunt en hoe die verschilt van de gebruikelijke wijze van meten en berekenen van luchtkwaliteit. De hamvraag: Wat kan er eventueel met de uitkomsten van deze meting worden gedaan?

Geachte mevrouw Spies,

Het is mogelijk dat de meetcampagne ons nieuwe inzichten biedt in de Nederlandse luchtkwaliteit. Maar misschien ook niet.  Ik vind het best: twee meten meer dan één. Uw vragen en mijn antwoorden zijn zinlozer dan de campagne waar ze betrekking op hebben. Wilt u mij daarom in het vervolg verschonen van oefeningen in overbodigheid?