|
|
Kamervraag beantwoord door Marqis, op 6 september 2009
Vragen van het lid Ortega-Martijn (ChristenUnie) aan de minister van Economische Zaken over het bericht dat alle winkels in Amsterdam elke zondag open mogen (ingezonden 3 september 2009).
Het besluit van de gemeente Amsterdam is in strijd met het tegengaan van oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet, aldus Ortega-Martijn. Ook zal de concurrentie tussen kleine en grote ondernemers toenemen.
Bron: http://ikregeer.nl/document/V009Z15658
Voorzitter,
De heer Ortega Martijn stelt twee concrete zaken aan de orde met betrekking tot de openingstijden op zondag: de toerismebepaling en de concurrentie tussen ondernemers. Ik kan u makkelijk een rapport doen toekomen waaruit blijkt dat Noord Amsterdam elke dag een grotere toeristenattractie wordt. Mocht de Zuid-Noord metrolijn ooit afkomen dan zal de noordelijke IJ-oever zeker de speeltuin van Amsterdam worden. Tenminste, als daar de winkels open zijn op Zondag, want anders komt er niemand, Nog sterker: de lokale bewoners gaan dan winkelen in het centrum. Tel uit je verlies. Dus over dat argument ga ik met u niet kibbelen.
Datzelfde geldt voor het concurrentie-argument. Zoals u weet is concurrentie één van de grote hobbies van mijn ministerie. Wij geloven in creatieve destructie als heilzaam werkend kracht in de vrije markt en zien het wegvallen van een paar kleine ondernemers als een logische stap in de evolutie naar een…, nou ja een soort samenleving waarin vrede, geluk en welvaart een gepassioneerde driehoeksverhouding met elkaar onderhouden. Of daaromtrent. Ik heb op persoonlijke titel wel eens geprobeerd daar een intelligent design tegenover te zetten, maar daar wilden heren economen (m/v) niet van horen. C’est ca, je kunt niet in alles je zin krijgen, denk ik dan. En zo zou u ook iets vaker moeten denken.
Kijk u bent helemaal niet geïnteresseerd in toerisme en kleine ondernemers, u bent geïnteresseerd in zondagsrust. U wilt dat we de dag des heren heiligen, en hem loven en in stilte geloven, hooguit zingend en prevelend. Gezien mijn katholieke achtergrond spreekt me dat zeer aan; de zondag is er voor de here. Er mag wat mij betreft wel wat meer plezier bij en een pinteke op zijn tijd, maar au fond vind ik al dat gekoop en gegil op zondag ook maar niets. Opvallend is ook dat hoe meer mensen kunnen kopen hoe lelijker hun kleding wordt. Je ziet nergens meer dat mensen zich voorden zondag moeite geven iets uitmuntends aan te trekken. U zult in mijn verschijningen wellicht depoging herkennen elegance en stijl terug te brengen in onze nationale klederdracht.
Maar terug naar uw wens tot zondagsrust: ik kan u niet veel meer aanbieden dan een open speelveld. Koopt u die kleine winkeliers uit en maak hun winkels tot plaatsen van rust en bezinning, waar hooguit een wierookstokje – of weet ik wat u zoal brandt in uw kerk – gekocht kan worden. Ik wens u van harte succes en god ga met u. Maria.
Kamervraag beantwoord door Functionaris, op 6 augustus 2009
2009Z14495
Vragen van het lid Jansen (SP) aan de minister van Economische Zaken over de vergunningprocedure voor de ontwikkeling van het Bergermeergasveld als gasopslag.
(Ingezonden 4 augustus 2009)
Voorzitter,
Afgevaardigde Jansen van de SP stelde mij de volgende vragen.
1
Bent u voorstander van een second opinion op de verschillende rekenmodellen die TNO en de stichting Gasalarm2 gebruikt hebben om het risico op aardschokken te bepalen?
Nee, daar ben ik geen voorstander van. We hebben TNO, we hebben Gasalarm 1 tot en met 13, we hebben de SP en we hebben ook nog eens allerlei omwonenden. Als we die allemaal om hun mening gaan vragen over het risico op aardschokken, krijgen we een gekrakeel waar niemand wijzer van wordt. Gewoon TNO vertrouwen, dat lijkt mij het allerbeste. Knappe koppies werken daar hoor. Second opinions hebben een intrinsieke neiging te verschillen van first opinions, met als gevolg dat je een third opinion nodig hebt om de knoop door te hakken. Maar wie zegt dat toch de eerste opinie niet de allerbeste was? Kortom, niet aan beginnen!
2
Zo ja:
– wie zou er naar uw mening als opdrachtgever moeten optreden van de second opinion?
– Indien dat de Nederlandse staat is: hoe denkt u het dubbele petten probleem op te lossen van de Nederlandse staat als eigenaar van EBN, dat voor 40% participeert in de opslag, en de Nederlandse staat als hoeder van het algemeen belang?
Niemand zou als opdrachtgever moeten fungeren, zie mijn antwoord hierboven. Overigens zie ik die dubbele petten helemaal niet als probleem. De overheid heeft nou eenmaal verschrikkelijk veel petten op, we zitten overal met onze begerige tengels aan, in en tussen. Ik juich dat als overheidsdienaar alleen maar toe. Ik meen dat SP staat voor Socialistische Partij? Wel, in de socialistische traditie is een overheid als nachtwaker niet bepaald een populair concept. Ik geef het maar even mee.
3
Kunt u bevestigen dat indien de gasopslag er komt voor de omwonenden eenzelfde schaderegeling van toepassing zal zijn als bij de omwonenden van
gasvelden? Komt er een nulmeting om de aanvangssituatie in kaart te brengen?
We gaan gas opslaan, geen huizen opblazen. Het is volstrekt prematuur om nu al over schade te gaan nadenken. Stort de boel in, dan zullen we tegen die tijd wel zien. Maar de boel stort niet in. De heer Jansen moet niet zo pessimistisch zijn, een beetje hoop en vertrouwen zou hem goed doen. En een nulmeting wil ik best doen, gesteld dat hij nul euro kost. Misschien kunnen we de omwonenende vragen hun eigen geveltjes te kieken en de foto’s op een usb-stick te bewaren in hun brandveilige kluis? Kost mij niks, en ze staan in elk geval sterker mocht de boel verzakken, ontploffen of instorten. Maar nogmaals, in dat soort doemscenario’s geloof ik niet zo.
Zeg, ik heb nog een paar buisjes lachgas liggen in mijn bureaula. Overgehouden van wildere tijden, toen het hot was in het nachtleven. Met de vragen die kamerleden mij doorgaans stellen heb ik ze niet echt nodig. Doe ik de heer Jansen er misschien een plezier mee? Ik hoor het graag!
Kamervraag beantwoord door Geheimschrijver, op 29 juli 2009
Vragen van het lid Fritsma (PVV) aan het voltallige kabinet (oa OCW, WWI, EZ en FIN) over de kosten die de staat maakt voor niet-westerse allochtonen en de inkomsten die hier tegenover staan. (Ingezonden 17 juli 2009)
De vragen van de heer Fritsma betreffen in feite een kosten-batenanalyse van het feit dat we inwoners hebben. Zo zien mijn ambtenaren dat graag. Geen doekjes voor het bloeden, maar vinger aan de pols en boter bij de vis. Er dook echter een nogal lastige hinderpaal op bij het bepalen van kosten en baten van de medemens – allochtoon of niet.
We kunnen het saldo voor de staat der Nederlanden pas bepalen als hij of zij het leven – of op z’n minst het land – definitief heeft verlaten. Dat is lastig rekenen en de kans is groot dat je alleen de kosten (onderwijs, jeugdzorg, museumbezoek en verwarmde hangplek) in kaart brengt, terwijl de indirecte baten (de loonbelasting die de jeugdwerker en de winstbelasting die de leverancier van hangplekverwarming afdragen) buiten beeld blijven. Om van de directe baten maar te zwijgen. Wie leeft consumeert, produceert en marchandeert, en daar zitten wij van de overheid met onze belastingfuiken tussen. Dat is het wonder van de economie. Of er geld gaat naar witbrood, opblaasbare jacuzzi’s of bijlessen economie maakt niet uit, als het geld maar rolt. Als we alle subsidies voor allochtonen of anderszins afschaffen, dan krimpt de economie, en daar hebben we allemaal last van. Of een Marokkaanse jongere een cabrio met sportvelgen aanschaft of zijn leraar latijn, dat maakt voor de econoom niet uit. En voor de schatkist ook niet.
Kortom: we denken nog even voort voordat we de CBS-database leegtrekken en aan het rekenen slaan. Misschien kunt u in de tussentijd nadenken wat u precies met de uitkomst wilt gaan doen. Stel dat blijkt dat niet-Westerse allochtonen een batig saldo opleveren voor de economie, gaan we dan het toelatingsbeleid versoepelen? Gaan we autochtonen uitwijzen? Gaan we een kosten-batenrekening openen per Nederlander zodat een iemand na open hartchirurgie te horen krijgt dat hij nog 85.000,- moet afdragen aan de staat voordat hij met pensioen mag? Mijn ambtenaren staan eerlijk gezegd te trappelen om zo’n verrekeningsmodel te ontwerpen en te gaan monitoren: daarmee houdt u zeker een mannetje of duizend van de straat. Dat vinden zij in deze tijden van taakstelling en krimpende overheid goed nieuws. Graag hoor ik van u.
Kamervraag beantwoord door Geheimschrijver, op 15 juni 2009
Kamerlid Spies (CDA) vraagt aan de minister en de staatssecretaris van Economische Zaken zich te buigen over het niet naleven van een gedragscode door energieleveranciers. (Ingezonden 5 juni 2009)
- Kent u het bericht “Energieleveranciers leven gedragscode niet na” 1), [...] waaruit blijkt dat consumenten zich door callcenter-medewerkers onder druk gezet voelen om direct een overeenkomst te sluiten en dat het niet mogelijk is om eerst informatie te ontvangen?
- Bent u bereid contact op te nemen met de Consumentenbond over de klachten? [...]
- Wat vindt u ervan dat de Nederlandse Energie Maatschappij, waarover het programma Kassa eerder vaststelde dat er met “sluwe trucs en halve waarheden” klanten geworven werden, opnieuw in de fout gaat?
- Deelt u de mening dat deze herhaalde overtredingen voldoende reden zijn voor een onderzoek door de Consumentenautoriteit? Bent u bereid de toezichthouder, als het onderzoek daar aanleiding toe geeft, opdracht te geven om handhavend op te treden tegen de bedrijven die de gedragscode niet naleven? 2)
Mevrouw Spies,
De energiemarkt is geliberaliseerd en dus moeten bedrijven met elkaar concureren om de klant. De een doet dat met straatvechtersstrategiën, de ander door service en kwaliteit te bieden tegen een scherpe prijs. Zo gaat dat in nieuwe markten. Daarom hebben we een consumentenautoriteit in het leven geroepen, en daarom hebben we in ons prachtland een Consumentenbond, programma’s als Kassa! en een veelheid van kranten en weekbladen die dolgraag opschrijven dat de weerloze burger alweer wordt geofferd op de slachtbank van het grootkapitaal. Waarom vraagt u mij dan om de consumentenbond of de consumentenautoriteit aan het werk te zetten? Ga naar www.consuwijzer.nl en doe het zelf! Of help gedupeerden om die weg te bewandelen. Maar kom alstublieft uit uw verlammende kamervragenreflex!
Kamervraag beantwoord door Minister, op 1 juni 2009
2009Z09805
Vragen van het lid Van der Ham(D66) aan de ministers van Economische Zaken en van Financiën over het beperkte budget voor Innovatie Prestatie Contracten (IPC). (Ingezonden 27 mei 2009)
Weet u nog dat ik in december samen met het lid Aptroot (VVD) een motie ingediend heb, waarbij u gevraagd wordt om te kijken of er meer geld is voor de Innovatie Prestatie Contracten?
Voorzitter,
Vier dagen voor publicatie van de Voorjaarsnota vraag het lid Van der Ham (D66) naar de inhoud van deze nota. Geduld is duidelijk niet meer van deze (twitterende) generatie. Hij vraagt of hij het cadeautje krijgt waar hij om gevraagd heeft. Uit het feit dat hij dit vier dagen voor publicatie van de Voorjaarsnota vraagt, valt al af te leiden dat hij in een uitgelekte versie van de Voorjaarsnota al heeft gelezen dat hij dit niet krijgt.
Net als dhr. Van der Ham vinden wij de Innovatie Prestatie Contracten van groot belang. Niet voor niets hebben we het budget voor dit jaar verdubbeld. Ook dit jaar zijn er weer meer aanvragen dan dat we kunnen honoreren. Ons inziens is dit fantastisch. Op deze wijze hoeven we alleen de aanvragen die een dikke negen scoren te honoreren en niet de twijfelachtige zesjes. Voor diegenen die niets gekregen hebben, harder werken de volgende keer, een zes is niet goed genoeg.
En helaas gold ook bij deze voorjaarsnota, het geld is op. Er is niet meer, in ieder geval niet voor de oppositie. Sorry, veel succes bij de volgende verkiezingen.
Kamervraag beantwoord door Minister, op 29 april 2009
2009Z07925
Vragen van de leden Gesthuizen (SP) en Van der Vlies (SGP) aan de ministers van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat een supermarkt in Amsterdam-Noord nog steeds de Winkeltijdenwet aan zijn laars lapt. (Ingezonden 23 april 2009)
- Wat is uw mening over het bericht dat de C1000 in Amsterdam-Noord ondanks een gerechtelijke uitspraak – die stelde dat de winkels in Amsterdam-Noord vanaf 19 april niet langer op zondag de deuren mochten openen met beroep op de toerismebepaling – zich nog steeds niet houdt aan de Winkeltijdenwet? 1)
- Heeft de desbetreffende supermarkt van het stadsdeel Amsterdam-Noord ontheffing gekregen voor de opening afgelopen zondag? Zo ja, op basis waarvan? Is dit dan niet in strijd met de uitspraak van de rechter die eerder oordeelde dat het stadsdeel in strijd met de Winkeltijdenwet handelde? Zo nee, waarom wordt de wet in dit stadsdeel dan niet gehandhaafd?
- Welke bestuurlijke danwel strafrechtelijke mogelijkheden zijn er om – indien door de verantwoordelijke overheid geen toestemming is verleend – de overtreder van de wet aan te pakken?
- Wat vindt u van de reactie van de politie, die op de betreffende dag tot twee keer toe weigerde een aangifte op te nemen? Wat is hiervan de reden? Wat betekent dit voor de aangiftebereidheid van Nederlandse burgers?
- Bent u bereid de verantwoordelijke bestuurslaag aan te spreken op het niet naleven van de Winkeltijdenwet en een gerechtelijk besluit? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid de reactie van het stadsdeel Amsterdam-Noord aan de Kamer te doen toekomen?
1) de Volkskrant, 19 april 2009: “’Supermarkt lapt winkeltijden aan laars’” http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1184640.ece/Supermarkt_lapt_winkeltijden_aan_llaars
Aan de voorzitter van het stadsdeelbestuur van het stadsdeel Amsterdam-Noord,
Mede namens mijn collega van Binnenlandse Zaken zend ik u deze brief. Bijgesloten vindt u de de vragen welke twee leden van de Tweede Kamer, de leden Gesthuizen (SP) en Van der Vlies (SGP) gesteld hebben over een supermarkt in uw stadsdeel, die zich niet aan de winkeltijdenwet houdt. Op de een of andere manier lijken vragen van de lokale fracties (we wisten niet dat de SGP een lokale vertegenwoordiging had), welke ongetwijfeld voor u bedoeld zijn, op onze bureaus terecht gekomen te zijn. Wij zijn echter de beroerdsten niet en sturen de vragen graag door.
Graag voorzien we u ook nog van wat advies omtrent deze kwestie. Het lijkt er in de berichtgeving en op uw eigen blog op dat u het niet zo nauw neemt met de wetgeving in Nederland. U ziet het verruimen van de openstelling van winkels als een service aan uw burgers en de Wet en haar betekenis verdienen daarbij geen aandacht. U/uw ambtenaren blijken ook zeer creatief te zijn in het vinden van wegen waarop de Wet en haar strekking omzeild kunnen worden. Gerechtelijke uitspraken lijken dan ook beneden uw stand en belanden ongelezen in het IJ.
Misschien dat het lid Van der Vlies de Johannes Hus Dag ook in Nederland een nationale feestdag wil laten zijn, maar wij zien niet veel reden voor uw stadsdeel om zich met deze Vrijheidsstrijder te vereenzelvigen en hiervoor een koopzondag te organiseren. U bent niet het slachtoffer van een gerechtelijke dwaling, noch lijkt u te leven onder de repressie van de geestelijkheid. Nee u bent juist de veroorzaker van een gerechtelijke dwaling en Amsterdam-Noord leeft onder uw dictatuur.
Dictatuur is hier het juiste woord. De burger heeft blijkbaar in Amsterdam-Noord geen recht meer op rechtszekerheid. U bepaalt wat goed is en u bepaalt wie er ongelijk krijgt. In naam volgt u de Amsterdamse gebruiken, thee drinken met ondernemers en hun advocaten, maar in de praktijk zit er niet eens meer de suggestie van begrip of de wil om het beter voor iedereen te maken in.
Stuitend is dat deze dictatuur zich verder uit in volslagen lethargie van het politieapparaat. Er wordt een overtreding van een wet en een gerechtelijke uitspraak geconstateerd en zelfs een klacht hierover wordt niet geregistreerd. Wat niet geregistreerd wordt, bestaat niet en daarmee is er niets gebeurd en hoeft er niets gedaan te worden zult u denken. Maar waar de leden van de Tweede Kamer bezorgd zijn over de aangiftebereidheid zijn mijn collega en ik bezorgd over de democratische rechtsorde en daaruit voortvloeiende het respect voor de rechterlijke macht, het functioneren van de politie en het functioneren van een democratisch gekozen bestuur.
U mag het misschien fundamenteel oneens zijn met de Winkeltijdenwet en haar interpretatie. U hebt echter wel een eed of belofte afgelegd. “Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de deelraad naar eer en geweten zal vervullen.” Doe dat dan ook
|
|