Lekker eten op de oude dag

Als gevolg van bezuinigingen is volgens de bewoners van het Flevohuis de kwaliteit van het eten slecht geworden (Telegraaf, 9 september 2009). Op welke wijze kunnen bewoners van zorginstellingen de Normen voor Verantwoorde Zorg, en dus smakelijke maaltijden, afdwingen.

bron: http://ikregeer.nl/document/V009Z16202

Voorzitter,

Een belangrijke vraag die mevrouw Agema hier stelt. Ook persoonlijk moet ik toegeven dat ik wel eens wakker schrik bij de gedachte van het voedsel, dat ik tot mij moet nemen als ik op leeftijd ben en in een verzorgingshuis woon. Want laten we wel zijn, als we in een verzorgingstehuis belanden zijn de drie maaltijden toch het hoogtepunt van de dag. En als die hoogtepunten bedorven worden door slecht gebakken speklapjes, verlepte blaadjes sla of halfkoude nasi goreng dan blijft er van de toch al schrale oude dag weinig levensvreugde over.

U stelt ook de subvraag: Kunt u de norm «smakelijk» definiëren? Een goede, maar welhaast onmogelijk te beantwoorden vraag. Ons gezegde ‘over smaak valt niet te twisten’ helpt ons hier natuurlijk niet verder. Wel geeft het aan dat we bij het testen van smaak rekening moeten houden met verschillende smaakprofielen.

Bij smaak gaat het om kwaliteit en het definiëren van kwaliteit is het verliezen ervan. Ik verwijs u over een meer uitgebreide verhandeling over het begrip kwaliteit graag naar de boeken van Robert Pirsig[1], die mijn begrip daarvan enorm hebben verdiept.

Ik zou smaak dus niet willen definiëren, maar wil wel met u nadenken over een oplossing van het achterliggende probleem. Omdat iedereen smaak heeft, stel ik voor smaakteams in te stellen in elke stad en elk dorp dat ons land rijk is. Zij worden willekeurig aangewezen en op onverwachte tijden uitgenodigd mee te eten in verzorgingshuizen. Na afloop brengen zij rapport uit en de slecht presterende verzorgingstehuizen worden stevig aangepakt. Bijkomend voordeel van dit systeem is dat er meer contact komt tussen de mensen in de verpleeghuizen en de bewoners van de dorpen en steden.


[1] Zen en de kunst van het motoronderhoud en Pirsig.

Samen op zondag

Vragen van het lid Ortega-Martijn (ChristenUnie) aan de minister van Economische Zaken over het bericht dat alle winkels in Amsterdam elke zondag open mogen (ingezonden 3 september 2009).

Het besluit van de gemeente Amsterdam is in strijd met het tegengaan van oneigenlijk gebruik van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet, aldus Ortega-Martijn. Ook zal de concurrentie tussen kleine en grote ondernemers toenemen.

Bron: http://ikregeer.nl/document/V009Z15658

Voorzitter,

De heer Ortega Martijn stelt twee concrete zaken aan de orde met betrekking tot de openingstijden op zondag:  de toerismebepaling en de concurrentie tussen ondernemers. Ik kan u makkelijk een rapport doen toekomen waaruit blijkt dat Noord Amsterdam elke dag een grotere toeristenattractie wordt. Mocht de Zuid-Noord metrolijn ooit afkomen dan zal de noordelijke IJ-oever zeker de speeltuin van Amsterdam worden. Tenminste, als daar de winkels open zijn op Zondag, want anders komt er niemand, Nog sterker: de lokale bewoners gaan dan winkelen in het centrum. Tel uit je verlies. Dus over dat argument ga ik met u niet kibbelen.

Datzelfde geldt voor het concurrentie-argument. Zoals u weet is concurrentie één van de grote hobbies van mijn ministerie. Wij geloven in creatieve destructie als heilzaam werkend kracht in de vrije markt en zien het wegvallen van een paar kleine ondernemers als een logische stap in de evolutie naar een…, nou ja een soort samenleving waarin vrede, geluk en welvaart een gepassioneerde driehoeksverhouding met elkaar onderhouden. Of daaromtrent. Ik heb op persoonlijke titel wel eens geprobeerd daar een intelligent design tegenover te zetten, maar daar wilden heren economen (m/v) niet van horen. C’est ca, je kunt niet in alles je zin krijgen, denk ik dan. En zo zou u ook iets vaker moeten denken.

Kijk u bent helemaal niet geïnteresseerd in toerisme en kleine ondernemers, u bent geïnteresseerd in zondagsrust. U wilt dat we de dag des heren heiligen, en hem loven en in stilte geloven, hooguit zingend en prevelend. Gezien mijn katholieke achtergrond spreekt me dat zeer aan; de zondag is er voor de here. Er mag wat mij betreft wel wat meer plezier bij en een pinteke op zijn tijd, maar au fond vind ik al dat gekoop en gegil op zondag ook maar niets. Opvallend is ook dat hoe meer mensen kunnen kopen hoe lelijker hun kleding wordt. Je ziet nergens meer dat mensen zich voorden zondag moeite geven iets uitmuntends aan te trekken. U zult in mijn verschijningen wellicht depoging herkennen elegance en stijl terug te brengen in onze nationale klederdracht.

Maar terug naar uw wens tot zondagsrust: ik kan u niet veel meer aanbieden dan een open speelveld. Koopt u die kleine winkeliers uit en maak hun winkels tot plaatsen van rust en bezinning, waar hooguit een wierookstokje – of weet ik wat u zoal brandt in uw kerk –  gekocht kan worden. Ik wens u van harte succes en god ga met u. Maria.

Onderhandelen met Vlamingen en Vikingen

Vragen over de vertraging die het uitbaggeren van de Westerschelde heeft opgelopen, en de verontwaardiging die in Vlaanderen hierover is ontstaan. Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen hierover van het Tweede Kamerlid Van der Ham (D66), ingezonden 30 juli 2009 en van de Tweede Kamerleden Van Gent en Vendrik (beiden GroenLinks), ingezonden 13 augustus 2009.

U weet dat ik elke vraag moet beantwoorden, ook al zijn de antwoorden in dit geval tamelijk overbodig. Krant, televisie en internet hebben ruim aandacht besteed aan de burenruzie met de Belgen. U weet dus dat de ministers van Buitenlandse Zaken elkaar troffen, dat het conflict al schijnt te lopen sinds de val van Antwerpen vlak na de middeleeuwen en dat we direct maar een oplossing hebben toegezegd zonder aan te geven hoe die bereikt gaat worden.

Toch zou ik u voor een volgende keer willen adviseren te bedenken dat een stormpje over de Westerschelde niet meer is dan het blazen in het spreekwoordelijke glas water. Of zoals wij in Zeeland zeggen, een mossel wordt niet zo ziltig gegeten als hij wordt gevangen. En mag ik u tevens meegeven te beseffen dat wij met onze buren in een permanente onderhandelingspositie zitten. Zij willen bootjes door de Schelde, wij geld (voor de schoonheid van onze Zeeuwse eilanden), zij willen een stukje natuurschoon kapotrijden met de IJzeren Rijn, wij willen dat behouden. Dat is een kwestie van een goed touwtrekken.

Bij een deel van de Kamer bespeur ik een sentimenteel medegevoel voor de arme Vlamingen met hun fijne bier en zachte tongval. Vergeet u dan niet dat ze het op veel vlakken beter doen wij. Het BNP per hoofd van Vlaanderen is hoger dan dat van Nederland. En om die rijkdom nog even op te peppen, moeten wij hardwerkende Nederlanders de boel gaan uitgraven en ons Zeeland verminken. Dâch het nie. Maar als u, mijn achterban, ineens aan de andere kant van de onderhandelingstafel gaat zitten, tja dan wordt het moeilijk onderhandelen, wat toch al niet mijn sterkste kant is.

Wat een contrast trouwens met uw opstelling tegen de IJslandse Vikingen. Die arme mensen leven in een failliet land, ook nog eens een onvruchtbaar land, ver van anderen, bijna altijd koud en zonder exportmogelijkheden omdat er én niets groeit én ze geen rijke buren hebben.  Maar kom daar niet mee aan bij het groene,  rijke Holland, waar een aantal financiële waaghalzen een paar miljoen verloren hebben.  De failliete vikingen moeten dokken tot de laatste eurocent  en de rijke vlamingen geven we een waterweg cadeau. Snapt u het nog voorzitter?

Rucola: kamervragen over giftige sla

V009Z14741

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) naar aanleiding van het bericht dat in Duitsland giftig Klein Kruiskruid is aangetroffen in rucola. Supermarkten in Nederland behorend tot Duitse winkelketens zouden uit voorzorg geen rucola met Klein Kruiskruid meer verkopen. Indiener vraagt naar mogelijke risico’s voor de consument. Is de uitspraak van de VWA: ‘Voor zover wij weten hoeft de Nederlandse consument zich geen zorgen te maken’ gebaseerd op recent onderzoek?

Ook ik ben naar Italië op vakantie geweest en ben als elke Nederlander nog een aantal dagen verliefd op het eten, de groente, de zon,  het si en sa. Waarschijnlijk wilt ook u, als kamerlid,  graag iets van het Italiaanse levens gevoel, la bella vita, vasthouden voor op het druilerige, bebaksteende Binnenhof. En daar vindt u de rucola! Sinds een paar jaar de populaire importsla uit Italië met een eigen smaak, waar geen kruid tegen gewassen is.  De rucola doet u terugdenken aan het ruisen van de middelandse zee, de charmes van de Luigi’s en Philippo’s, de laaghangende zon tegen de cypressen en het paars van de bougainville. U gaat het doen, u gaat een italiaanse vraag stellen.

Terwijl u weet, of kunt weten dat het klein kruiskruid helemaal niet giftig is, zoals u suggereert.  Wikipedia  noemt het  een veel voorkomend onkruid, waaraan vroeger vanwege zijn naam allerlei beschermende krachten werden toegeschreven.  Zo werd het gebruikt als afweerkruid tegen heksen en werd het in de wieg gelegd om de baby te beschermen. Voeg daar nog bij de uitspraak van de VWA dat er niets aan de hand is en geen zinnig mens, laat staan een drukbezet parlementariër haalt het in zijn hoofd hier een vraag over te stellen.

Als u zich dan toch zorgen maakt om de Nederlandse consument, stel dan vragen over de dingen waar de VWA wèl voor waarschuwt: dus over de vouwkruk, de babybjörn, de fietsstuurpen, het babymobieltje, het magneetvliegtuig of al die andere uiterst gevaarlijke zaken voor de Nederlandse bevolking.  Maar dat mist de smaak Italia. Capito!

In 2050, hoe leven we dan samen met allochtonen?

V009Z14664

Vragen naar aanleiding van een bericht over Engels en Amerikaans onderzoek naar de verwachte voortschrijdende toename van het percentage moslims en niet-westerse allochtonen in landen van de EU in de periode tot 2050, alsmede over de toegenomen kosten van de immigratie. Indieners willen de islamisering stoppen en de immigratie beperken.13 augustus 2009

Ha, meneer Wilders, daar bent u weer eens. Tot mijn geringe verbazing met hetzelfde onderwerp als altijd. Ook nu gelegitimeerd door een berichtje, dit keer opgespeurd in een buitenlands maandblad. U ervaart het bericht dat 2050 20% van de bevolking moslim zou kunnen zijn als schokkend en suggereert enorme gevolgen voor ons onderwijs, woningbouw, sociale zekerheid en verzorgingsstaat, arbeidsmarkt en buitenlands beleid.

Voor mij is die 20% minder schokkend. In periodes van 40 jaar verandert de wereld. In 1965 leefden we in een wezenlijk andere tijd dan nu (weinig auto’s, Suriname nog een kolonie, midden in een koude oorlog, nauwelijks tv, wasmachines, veel religie in Nederland) en tussen de 1925 en 1965 waren de veranderingen pas serieus schokkend. Dus dat u een toename van het aantal moslims tot 20% als een enorme schok wilt verkopen, zegt waarschijnlijk meer over het feit dat u of uw kiezers bijzonder weinig schokken hebben beleefd. Daarbij hebben we het in 2050 onderhand over 4e of 5e generatie allochtonen, waarvan maar de vraag is of die nog te onderscheiden zijn van autochtonen. Het percentage gelovigen in Nederland is in de afgelopen 40 jaar overigens met veel schokkender cijfers afgenomen, zonder dat ik u hoor over deze schok.

Nadat u van de schok van het bericht bent bekomen, heeft u het over ‘enorme’ gevolgen voor verschillende beleidsterreinen. Uiteraard zonder aan te duiden wat die ‘enorme’ gevolgen dan zijn, want dat past mensen die angst willen oproepen niet. Door zaken precies te benoemen blijkt het vaak om een discutabele kleinigheid te gaan. Met de beste wil van de wereld weet ik bijvoorbeeld niet waarom de woningbouw essentieel verandert omdat er niet-westerse allochtonen zijn. Een allochtoon of een autochtoon: ieder wil een huisje voor zijn gezin.

Daarmee probeer ik niets te bagatalliseren, maar de zaken wel in context te plaatsen. Want natuurlijk zijn er problemen. Leven met een ander is niet makkelijk; dat geldt des te meer voor mensen met verschillende achtergrond. Het stadsmens en de boer, de Turk en de Hollander, de jongere en de oudere, de intellectueel en de bouwvakker. En u weet net als ik dat Nederland onderhand een van de strengste toelatingsregimes van Europa heeft voor niet-westerse allochtonen en u weet ook net zo goed als ik dat er hard gewerkt wordt aan integratie door bijvoorbeeld verplichte taallessen. Dus het beleid staat, zeker na de impuls van Fortuyn, op dit gebied goed. Het lijkt mij tijdverlies om maar angst te blijven rondpompen, maar blijft u vooral bang en jaag de keizers op stang, dan ga ik weer aan het werk. Zien we elkaar wel weer na uw volgende schokkende leeservaring.

Naschrift: Maandag 17 augustus meldde de Metro de volgende onderzoeksresultaten: ‘Uit de jongste cijfers van het CBS-rapport ‘Religie aan het begin van de 21e eeuw’ blijkt dat de islam het sterkst ontkerkelijkt’. Misschien een goed bericht voor uw volgende vraag?

Is een allochtone militair wat waard voor Defensie?

Voorzitter,

Ook het ministerie van Defensie draagt natuurlijk graag haar steentje bij aan het antwoord op de vragen van Sietse Fritsma. (oa OCW, WWI, EZ en FIN)

Uw vraag stelt ons voor een dilemma als een dubbelloopsgeweer, waarvan de terugslag wel eens groter kan zijn dan de vuurkracht. U weet uiteraard dat onze jongens (m/v) immer in opperste staat paraatheid zijn om ons prachtland te verdedigen. Aangezien het leger van oudsher de plek is waar jongens (m/v) terecht komen die wat meer van de straat zijn dan al die brildragende doctorandussen, waar u ook zo’n teringhekel aan heeft, begrijpt u dat het percentage allochtonen in onze krijgsmacht onevenredig hoog is. U wilt de kosten. Natuurlijk krijgen ze allemaal een uitmuntende opleiding. Op buitenlandse missies krijgen wij keer op keer lof toegeschoten van onze allies. Zo’n opleiding kost natuurlijk een lieve duit en we maken hier geen onderscheid tussen kleur of geslacht. Jan Soldaat is Jan Soldaat (m/v). Ik kan u daar de rekening van presenteren, en wellicht valt er ook iets te besparen. Net zoals ex-profvoetballers een verkorte cursus voetbaltrainer kunnen krijgen, zouden we voor de soldaten, die al bekend zijn met een oorlogsituatie (vooral ex-asielzoekers uit Afrika en het midden-oosten) een verkort traject kunnen aanbieden. Dat scheelt zeker de helft van de kosten. Zij zijn veruit onze beste krachten, dus vanuit dit gezichtspunt zou een gericht soepeler toelatingsbeleid tot aanbeveling strekken, maar dit terzijde van het antwoord op uw vraag.

Het echte spervuur van uw vraag zit volgens mij echter niet bij de opleidingskosten. In de kern van de schietschijf gaat het namelijk om het verdedigen van ons eigen land. En ik durf u wel te vertellen dat wij hier bij Defensie minstens zo nationaal gezind zijn als uw partij. We houden van Nederland en vinden eigenlijk dat Nederland van onschatbare waarde is: zonder Nederland was uw partij er niet, stelde u deze vraag niet, zouden wij allen als zigeuners over de aarde zwerven en moeten smeken om een parkeerplaats voor onze caravans. En ik mag wel stellen dat Nederland nog steeds Nederland is, met al datgene wat ons zo dierbaar is, door de Koninklijke Strijdmachten, door onze Jantjes, die ons op het water, door de lucht en op het land met hand(granaat) en tand verdedigen. Zoals ik zei heten veel van die Jantjes tegenwoordig Sharif of Mohammed, zodat de conclusie is dat er een gerede kans is dat we onverdedigbaar zijn zonder hen en de kosten die we voor hen specifiek maken een klapperpistooltje zijn in vergelijking met de megaton springstof die de kracht van Holland symboliseert. OZO!*

*(Oranje Zal Overwinnen)

Voorzitter,
Ook het ministerie van Defensie draagt natuurlijk graag haar steentje bij aan het antwoord op de vragen van Sietse Fritsma.

Uw vraag stelt ons voor een dilemma als een dubbelloopsgeweer, waarvan de terugslag wel eens groter kan zijn dan de vuurkracht. U weet uiteraard dat onze jongens (m/v) immer in opperste staat paraatheid zijn om ons prachtland te verdedigen. Aangezien het leger van oudsher de plek is waar jongens (m/v) terecht komen die wat meer van de straat zijn dan al die brildragende doctorandussen, waar u ook zo’n teringhekel aan heeft, begrijpt u dat het percentage allochtonen in onze krijgsmacht onevenredig hoog is. U wilt de kosten. Natuurlijk krijgen ze allemaal een uitmuntende opleiding. Op buitenlandse missies krijgen wij keer op keer lof toegeschoten van onze allies. Zo’n opleiding kost natuurlijk een lieve duit en we maken hier geen onderscheid tussen kleur of geslacht. Jan Soldaat is Jan Soldaat (m/v). Ik kan u daar de rekening van presenteren, en wellicht valt er ook iets te besparen. Net zoals ex-profvoetballers een verkorte cursus voetbaltrainer kunnen krijgen, zouden we voor de soldaten, die al bekend zijn met een oorlogsituatie (vooral ex-asielzoekers uit Afrika en het midden-oosten) een verkort traject kunnen aanbieden. Dat scheelt zeker de helft van de kosten. Zij zijn veruit onze beste krachten, dus vanuit dit gezichtspunt zou een gericht soepeler toelatingsbeleid tot aanbeveling strekken, maar dit terzijde van het antwoord op uw vraag.

Het echte spervuur van uw vraag zit volgens mij echter niet bij de opleidingskosten. In de kern van de schietschijf gaat het namelijk om het verdedigen van ons eigen land. En ik durf u wel te vertellen dat wij hier bij Defensie minstens zo nationaal gezind zijn als uw partij. We houden van Nederland en vinden eigenlijk dat Nederland van onschatbare waarde is: zonder Nederland was uw partij er niet, stelde u deze vraag niet, zouden wij allen als zigeuners over de aarde zwerven en moeten smeken om een parkeerplaats voor onze caravans. En ik mag wel stellen dat Nederland nog steeds Nederland is, met al datgene wat ons zo dierbaar is, door de Koninklijke Strijdmachten, door onze Jantjes, die ons op het water, door de lucht en op het land met hand(granaat) en tand verdedigen. Zoals ik zei heten veel van die Jantjes tegenwoordig Sharif of Mohammed, zodat de conclusie is dat er een gerede kans is dat we onverdedigbaar zijn zonder hen en de kosten die we voor hen specifiek maken een klapperpistooltje zijn in vergelijking met de megaton springstof die de kracht van Holland symboliseert. OZO! (in noot: Oranje Zal Overwinnen)