Onderhandelen met Vlamingen en Vikingen

Vragen over de vertraging die het uitbaggeren van de Westerschelde heeft opgelopen, en de verontwaardiging die in Vlaanderen hierover is ontstaan. Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen hierover van het Tweede Kamerlid Van der Ham (D66), ingezonden 30 juli 2009 en van de Tweede Kamerleden Van Gent en Vendrik (beiden GroenLinks), ingezonden 13 augustus 2009.

U weet dat ik elke vraag moet beantwoorden, ook al zijn de antwoorden in dit geval tamelijk overbodig. Krant, televisie en internet hebben ruim aandacht besteed aan de burenruzie met de Belgen. U weet dus dat de ministers van Buitenlandse Zaken elkaar troffen, dat het conflict al schijnt te lopen sinds de val van Antwerpen vlak na de middeleeuwen en dat we direct maar een oplossing hebben toegezegd zonder aan te geven hoe die bereikt gaat worden.

Toch zou ik u voor een volgende keer willen adviseren te bedenken dat een stormpje over de Westerschelde niet meer is dan het blazen in het spreekwoordelijke glas water. Of zoals wij in Zeeland zeggen, een mossel wordt niet zo ziltig gegeten als hij wordt gevangen. En mag ik u tevens meegeven te beseffen dat wij met onze buren in een permanente onderhandelingspositie zitten. Zij willen bootjes door de Schelde, wij geld (voor de schoonheid van onze Zeeuwse eilanden), zij willen een stukje natuurschoon kapotrijden met de IJzeren Rijn, wij willen dat behouden. Dat is een kwestie van een goed touwtrekken.

Bij een deel van de Kamer bespeur ik een sentimenteel medegevoel voor de arme Vlamingen met hun fijne bier en zachte tongval. Vergeet u dan niet dat ze het op veel vlakken beter doen wij. Het BNP per hoofd van Vlaanderen is hoger dan dat van Nederland. En om die rijkdom nog even op te peppen, moeten wij hardwerkende Nederlanders de boel gaan uitgraven en ons Zeeland verminken. Dâch het nie. Maar als u, mijn achterban, ineens aan de andere kant van de onderhandelingstafel gaat zitten, tja dan wordt het moeilijk onderhandelen, wat toch al niet mijn sterkste kant is.

Wat een contrast trouwens met uw opstelling tegen de IJslandse Vikingen. Die arme mensen leven in een failliet land, ook nog eens een onvruchtbaar land, ver van anderen, bijna altijd koud en zonder exportmogelijkheden omdat er én niets groeit én ze geen rijke buren hebben.  Maar kom daar niet mee aan bij het groene,  rijke Holland, waar een aantal financiële waaghalzen een paar miljoen verloren hebben.  De failliete vikingen moeten dokken tot de laatste eurocent  en de rijke vlamingen geven we een waterweg cadeau. Snapt u het nog voorzitter?